Heerlijk uitgeslapen en daarna naar mijn lievelingsplek in Parijs gegaan, Sainte-Chapelle. Dit is een kerk die eigenlijk gebouwd was als reliekschrijn om er de doornenkroon van Jezus te bewaren (het reliek op zich is wel nooit erkend door het Vaticaan). Nu is Sainte-Chapelle wereldberoemd voor zijn prachtige glasramen. Ze waren helaas niet allemaal te zien, want er zijn restauraties gaande. Weer heel lang moeten aanschuiven om binnen te raken, maar het loonde.
Hierna, via veel omwegen, te voet naar Jardin des Tuileries gegaan om daar het Musee de l'orangerie te zien. In het park bijna bestolen geweest door een wel heel agressieve dame die ook nog doof bleek te zijn. Ze duwde een balpen in mijn handen om een lijst te tekenen en geld te vragen. Ben zeker dat moest ik mijn portefeuille uitgehaald hebben, alles weg was geweest. Ze vergat echter dat een toeriste ook agressief kan zijn.
Behoorlijk lang in het museum rondgehangen en genoten van de waterlelies van Monet, het werk van Renoir en de prachtige doeken van Derain.
Besloten om van hieruit te voet naar het hotel terug te keren.
Alweer een omweg gemaakt via Forum des Halles, maar vond dit een ietwat rare buurt. Precies alsof ik overal 'bendes' zag rondlopen. Heel druk ook. Per toeval ook op het Centre Pompidou gebotst, maar daar niet ingegaan. Vind het een afgrijselijk gebouw. Ook nog wat 'window shopping' in Le Marais gedaan, bij Bastille in een soort betoging van vreemdelingen terecht gekomen en bij Breguet Sabin de metro genomen naar het hotel. Had de hele afstand precies heel zwaar onderschat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten